Sociale dumping: Hof van Justitie verwerpt Crombez’ anti-misbruikwet

In het kader van de strijd tegen internationale detacheringsfraude heeft de regering Di Rupo, onder impuls van (toenmalig) staatssecretaris John Crombez, eind 2012 een zogenaamde “anti-misbruikwet” uitgevaardigd. Volgens die bepaling hadden de Belgische rechtbanken, de Belgische instellingen van sociale zekerheid alsook de sociale inspectie het recht om, in geval van misbruik, elke werknemer of zelfstandige aan de Belgische sociale zekerheid te onderwerpen.

Deze bepaling had bijzondere gevolgen bij internationale detachering, omdat zij toeliet dat rechtbanken, instellingen van sociale zekerheid en inspectiediensten het dwingend karakter van het zogenaamde A1-document opzij konden schuiven, zonder daarvoor de internationaal uitgewerkte procedure te volgen.

Het A1-document is het document dat, bij internationale detachering van werknemers en zelfstandigen, door de zendstaat wordt afgeleverd als bewijs dat de betrokken werknemers en zelfstandigen in de zendstaat correct sociaal zijn verzekerd. Het document is bindend voor de staat van ontvangst.

In een zeer recent arrest van 11 juli 2018 heeft het Hof van Justitie van deze anti-misbruikwet brandhout gemaakt. Deze wet is manifest in strijd met het Unierecht, aldus het Hof. Het Unierecht heeft immers een specifieke procedure uitgewerkt die moet toelaten de geldigheid van het A1-document te betwisten. Het is niet aan België om eenzijdig van deze procedure af te wijken.

 

Wat betekent deze beslissing in de praktijk voor leveranciers die over de grenzen heen werken in Europa?

Vanuit puur juridisch perspectief ligt de praktische impact van de uitspraak hem erin dat, ook al is de Belgische sociale inspectie, administratie én zelfs rechtbank van oordeel dat een A1-document op een frauduleuze wijze is bekomen, dit A1-document toch nog steeds voor/ten aanzien van hen bindend is. Deze instanties kunnen, aldus het Hof van Justitie, enkel maar de A1 terzijde schuiven mits het volgen van de daartoe door de EU uitgewerkte procedure, ook in geval van (ernstige vermoedens van) fraude. Concreet betekent dit dus dat de genoemde instanties eerst in overleg moeten treden met de buitenlandse instantie die de A1’s heeft afgeleverd, met het verzoek deze desgevallend in te trekken. Leidt dit tot niets, dan kan/moet men de zaak voorleggen aan de administratieve commissie. Leidt ook dat tot niets, dan kan/moet men de zaak voorleggen aan het Hof van Justitie zelf (wat in de praktijk nooit gebeurt). Recent heeft het Hof van Justitie op deze procedure een niet onbelangrijke nuance aangebracht, door te stellen dat een Belgische rechtbank, in geval van fraude, een A1 wél terzijde kan schuiven als blijkt dat de Belgische instanties de buitenlandse instantie tot intrekking hebben verzocht, wegens (aanwijzingen van) fraude, maar de buitenlandse instantie met deze aanwijzingen geen enkele rekening heeft gehouden (het zogenaamde Altun-arrest). Maar los van deze ‘nuancering’ kan een A1 dus maar terzijde worden geschoven als de instantie die de wettigheid van de A1 in twijfel trekt, zich aan de internationale procedure houdt.

 

Wat is nu de praktische impact van de uitspraak voor partijen die bij een detachering betrokken zijn?
De belangrijkste praktische ‘les’ die de uitspraak ons leert, is dat het A1-document, in het kader van een internationale detacheringscontext, nog steeds een zeer belangrijk instrument is en blijft. De waarde van het document, als bewijs van correcte verzekerdheid in het land van oorsprong, in een context waar de geldigheid van een detachering wordt betwist – denk aan situaties van onwettige grensoverschrijdende terbeschikkingstelling van werknemers, schijnzelfstandigheid, enz. – blijft dus nog steeds bijzonder hoog (lees: nagenoeg onaantastbaar, tenzij de uitzendende staat de A1 zou intrekken). Beschikken over (dan wel aansturen op) een A1 in het kader van een internationale detacheringscontext vóór de aanvang van de werkzaamheden blijft dus nog steeds dé boodschap, ook al is dit A1-document niet steeds vereist om te kunnen spreken van een geldige detachering.

De andere praktische les, doch deze belangt u niet direct aan, is er eentje in nederigheid voor de Belgische wetgever, die zijn plaats moet kennen binnen de internationale context van de Europese Unie. Het komt niet aan de Belgische wetgever toe om te bepalen in welke omstandigheden België een A1 buiten beschouwing mag laten: dát is een materie voor de Europese wetgever.

 

Met dank aan Crivits & Persyn

De bronafbeelding bekijken

 

Lid worden van Febelux?

Een Febelux-lidmaatschap heeft tal van voordelen:

  • Advies bij eerstelijnsvragen
  • Behartiging van (collectieve) belangen
  • Kennis- en netwerkbijeenkomsten
  • Eigen online bedrijfsprofielpagina
  • Mogelijke participatie bij werkgroepen
  • Onderzoeksresultaten en rapporten
  • Vacatures en nieuwsberichten plaatsen
  • Templates en voorbeelddocumenten
  • Toegang tot onze nieuwsbrieven
  • Toegang tot events van partners
  • Voordeeltarief activiteiten B.E.S.A.

Febelux

Beroepsfederatie voor de Live Communication & Eventsector

Contactgegevens

Belgiëplein 1
1020 Brussel
België

Twitter · LinkedIn
+32 (0) 484 05 66 88
+32 (0) 2 474 83 90
[email protected]
https://www.febelux.com